Verlangen…

Hier ben ik het allerliefst: in Ouddorp aan Zee. Om heerlijk te genieten van zon, zee en wind. De vrijheid van de zee met het gevoel daarbij: alles komt goed. De eeuwige branding, de zilte wind en de kilometers strand. Wat een genot om daar te lopen, te dansen, te genieten, alles los te laten, alleen maar te zijn, meer niet. Druk gedoe verdwijnt in het witte ruisen van de branding (vond het poëtisch klinken, schuilt er toch een dichter in mij?)

Elke keer als ik weer naar huis moet, mis ik het meer. Meer de rust, meer de vrijheid, meer het jezelf zijn en minder verwachtingen, minder druk, minder verplichtingen. Aarzelend vinden mijn voeten de weg naar huis. De zon, zee en wind laat ik moedig achter me en de herinnering neem ik mee.

Er is trouwens een prachtig gedicht van dit verlangen en gemaakt door Ida Gerhard. Het heet: Mijn naam in schelpen.

EEN NAAM IN SCHELPEN

 Mijn diepste eerbied geldt een kind

dat onaanrandbaar naar de zee

verlangt, en het niet merken laat

aan anderen. – Dat de werking weet

van vloed en eb, en het gedrag

kent van de vogels langs de kust.

In welk millennium, dat telt

niet, en al evenmin of het

op Chios of op Tessel is.

Het loopt de vloedlijn langs; het zoekt

schelpen van dat verzonken blauw:

het prachtigst als zij zilt nog zijn;

of speelt het eeuwenoude spel

van zich te meten met de zee.

Het bouwt een bolwerk, bakent met

de schop de omtrek af, en stòrt

zich op het graven van de gracht;

en werpt een wal op, om verwoed

die met de spa gelijk te slaan.

Zó verstrijkt uur na uur, totdat

de vesting is voltooid. – Het zet

zich neer en dènkt: hoe alles is

en later zijn zal – en dan waait

de wind dat weg: het hoèft nog niet.

Mijn diepste eerbied geldt dit kind.

En het wordt avond – het bemerkt

dat ginds het wentelende licht

is aangegaan en maant en maant:

het kent het ouderlijk gebod.

De zon is weg; de dag is om.

En het vermant zich, en verlaat

zijn burcht aan zee, het bastion

waarop zijn naam in schelpen staat,

en dat – hij weet het – nog vannacht

als het tij opzet wordt geslecht.

Het neemt zijn schop op en het gaat

op stroeve voeten havenwaarts.

Prachtig hè? De plicht roept weer en de zee moet weer verlaten worden. En misschien is dit maar goed ook. Dan blijft de zee speciaal en eigenlijk is dat maar goed ook!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.