leven in de parkeerstand knipoogmomentjeAls manlief vrij is, vinden we het heerlijk om in een kringloop winkel rond te struinen naar leuks voor onszelf, maar ook om weg te geven. Meestal op zaterdag. Nu heeft hij vakantie en gaan we vaker op pad. Echter is mijn lastige lijf het hier niet mee eens. Dan ga ik te ver, druk teveel door en schiet de paniek omhoog uit de doos van Pandora. Dan wordt het leven in de parkeerstand.

Meestal gaat het goed

Omdat tijdens hartritmestoornissen mijn bloeddruk en suikerspiegel ook zeer instabiel zijn, is het niet altijd een lolletje. Maar thuisblijven doe ik al zo vaak. Meestal gaat het ook goed. Niet altijd dus.

Maar als ik te vaak tegen mijn altijd aanwezige angstgevoelens inga, worden ze een enorme storm waar ik langzaam mezelf verlies en niet meer weet waar mijn houvast ligt. Dan komen lijf en leven in de parkeerstand. Not funny!

Genieten bij een uitje

Ik geniet er van om even weg te zijn. Paniek gaat wel altijd mee. Hij zit op de achterbank en houdt zich vaak gedeisd, maar ik kan wel merken dat hij er is. Als een dreigend gevoel van onheil.

Vorige week ben ik te ver gegaan, niet qua afstand, maar wel qua wat ik aankan. Tijdens de kringloopbezoekjes gaat het dus niet altijd lekker, maar omdat ik graag wil, gaan we toch. Ik baal ervan dat het zo vaak niet gaat, dat ik aan huis gekluisterd ben. Dan ga ik shoppen (shopaholic confessions) en baal ik daar vervolgens weer van.

Tijdens de bezoekjes aan de winkels, heb ik legio mini-paniekaanvallen. Niet omdat ik het zo eng vind, maar omdat mijn lijf dat doet. Doordat mijn bloeddruk instabiel is, heb ik heel veel wegtrekkers, grote en kleine.

Dat zie je niet aan me, maar ze zijn er wel. Ik probeer het te negeren, maar dat valt echt niet mee. Natuurlijk moet ik luisteren naar mijn lijf en mijn grenzen aangeven en nog meer van dat soort praat, maar soms wil me gewoon weg! Zeker als je de hele week al thuis zit.

Een enorme paniekaanval overspoelt me

Zo waren we zaterdag nog eventjes naar de kringloop winkel in Bodegraven geweest. Ik voelde me heel moe (het gevolg van mijn niet-aflatende hartritmestoornissen) maar wilde toch graag gaan. Het is zo leuk om even te kijken of er nog iets leuks bij zit (shopaholic confessions).

Toch was dat waarschijnlijk de druppel die de emmer deed overlopen, want ik kreeg een reuzegrote paniekaanval. De maat was blijkbaar vol. We zijn naar huis gegaan (met wat leuke spulletjes) en daar hoopte ik dat het wat beter zou gaan met de paniek.

Als de grote aanval uit de doos is

Helaas werkt dat niet zo. Als de grote aanval uit de doos is, stop je die niet zomaar terug. En aangezien mijn hartritmestoornissen gewoon doorgaan, weet ik me momenteel geen raad. Ik schiet in de piekermodus. Voel alles nog tien keer sterker dan ik al deed. Ben voortdurend bang, check elke keer of alles wel goed gaat (nee dus) en maak me grote zorgen.

Ik vind het vooral vervelend voor mijn omgeving en wil vooral niet lastig gevonden worden. Want manlief moet echt naar zijn werk en mijn kinderen wil ik er al helemaal niet mee belasten.

Ik verdwijn voor mijn gevoel in een vacuüm. In een wereld van onbereikbaarheid en angst. In een oceaan van paniek waar niemand me kan vinden.

Haken helpt wel een beetje (zie ook mijn haakblogs). Even lekker bezig zijn met kleurtjes. Of mijn eigen digitaaltje (homemade knipoogmomentjes) even doorkijken. Daar kan ik ook blij van worden.

Onlangs publiceerde ik een dichtbundel Mammoedig voor moedige moeders. Misschien kan ik met gedichten mijn paniek onder woorden brengen. Maar ik wil zo graag de oplossing hebben voordat ik erover ga rijmen. Het is immers niet te rijmen?

Leven in de parkeerstand is zo frustrerend

De angst is niet het ergste, maar dat gevoel van totale eenzaamheid wurgt me. Ondanks dat ik weet dat God altijd bij me is. Dat zeg ik ook vaak tegen mezelf. God is altijd bij je. Je bent nooit alleen. Nu wil ik het ook echt aan den lijve ervaren. Dat er machtige handen zijn die mijn laten als ik val.

Irma Dee schreef en zingt er een prachtig liedje over. Dat is momenteel mijn lijflied. Zodat mijn paniek ook echt tot het verleden gaat behoren. Hoe kan ik, nieuwgeboren, zoveel waarde hechten aan een paniekaanval? Wie het weet, mag het zeggen.

Het liefst wil ik nu een struisvogel zijn: met mijn kop in de grond wachten tot het gevaar geweken is. Een tandje terug is wellicht ook een goed idee. Maar dat blijft lastig, als je heel graag vooruit wilt.

Ik hoop dat de paniek straks weer terug in de doos kan, strik erom en zover mogelijk weg zetten. Niet meer naar kijken en niet meer aan denken. Ha! Als dat eens kon!

Hou je haaks!