Een gehaakte muizenissendeken (haakblog 69)

aan de haak blog 69 een muizenissendekenVan haken word je blij, nietwaar? En zeker als je een mooie deken hebt gehaakt. Hier kun je een ander blij mee maken, maar ook jezelf. Omdat ik zelf een enorm fan ben van Mickey Mouse, wilde ik een deken maken die geïnspireerd is op ’s werelds meest bekende muis. Hoe moeilijk kan het dan zijn om aan de haak de slaan met een Mickey gehaakte muizenissendeken, een verhaaldeken.

Een gehaakte deken geïnspireerd op Mickey Mouse

Ik haakte eerder een mooie deken met Mickey Mouse als basis. Helaas kreeg ik geen licentie van Disney. Toch wilde ik een deken ontwerpen met Mickey als inspiratie.

Ik moest dus wat subtieler te werk gaan.

Het werd dus een strependeken. Dit keer een kinderformaat. Uiteraard kun je er zelf een grote versie van maken door meer steken op te zetten en de strepen vaker te herhalen. Enthousiast sloeg ik aan de haak.

De beschrijving van de muizenissendeken

Het ontwerp van de muizenissendeken telt acht strepen.

  • De eerste streep heb ik eenvoudig gehouden, omdat het een kinderdekentje is, stop je deze meestal in.
  • De tweede streep zijn twee witte cirkels op een rode streep. De knopen op de buik van Mickey.
  • Dan op streep drie de leuke hoofdjes.
  • En laten we ook Minnie (we willen immers geen jaloerse vrouwen, :)) niet vergeten. Die vinden we terug in streep vier met een steek die doet denken aan haar strikjes.
  • In streep vijf verwerkte ik de strepen op de handschoenen van Mickey.
  • De rode streep met witte stippen in streep zes staan symbool voor de polkadot jurkjes van Minnie.

aan de haak blog 69 een muizenissendeken stippen

  • Dan de tekst Muizenissen in rij zeven. Het leuke aan dit patroon is, is dat je het kunt personaliseren. Je kunt dus je eigen tekst (niet te lang) kiezen. Je kunt hierbij denken aan de naam van de ontvanger. Het hele alfabet heb ik toegevoegd in het patroon. Leef je uit.
  • Tenslotte eindig ik in streep acht het patroon weer met een rij vasten. Deze rij komt immers vaak onder het lakentje terecht. Bij elkaar heb je dan het verhaal van Mickey Mouse.

aan de haak blog 69 een muizenissendeken hangend

Mijn tip voor jou:

Kun je een patroon er niet inhaken, naai het er dan later op.

Enne… hou je haaks. Vind je het prettig om alle tips nog eens na te lezen? Dat kan. In mijn webshop heb ik ze gebundeld per 25.

Hieronder vind je het patroon. Wil je liever de printvriendelijke versie? Die staat in mijn Etsy-shop.

Benodigdheden:

Stylecraft Special DK

  • 2 bollen Sunshine (geel)
  • 2 bollen White (wit)
  • 2 bollen Parchment (ecru)
  • 2 bollen Lipstick (rood)
  • 2 bollen Black (zwart)

 

  • 1 haaknaald maat 4
  • 1 haaknaald 4,5
  • 1 haaknaald maat 5
  • 1 haaknaald maat 6
  • Stopnaald

De deken bestaat uit 8 strepen. Elke streep wordt onderbroken door twee rijen (paarsgewijze) vasten. Elke streep heeft zijn eigen verhaal, behalve de eerste en de achtste. Die verdwijnen vaak als instop of onder het lakentje. Daarom heb ik bij deze strepen vasten gekozen. De deken wordt ongeveer 1.40 x 1.00 m.

Op de laatste pagina staat het complete alfabet. Hiermee kun je het woord muizenissen vervangen door een eigen gekozen tekst.

  1. Vasten
  2. De stippen op de buik van Mickey
  3. Het hoofdje van Mickey
  4. De leuke strikken van Minnie
  5. De strepen op zijn handjes
  6. De polkadotjurkjes van Minnie
  7. Tekst: muizenissen (of jouw eigen naam of tekst)
  8. Vasten

Afkortingen:

v = vaste(n), st = stokje(s), l = losse(n).

 

 

De opzetrij

Haak een ketting van 160 lossen met geel. Doe dit met minimaal een halve naald groter dan waarmee je de deken gaat haken.

STREEP 1: vasten

Toer 1: 1 v in de 2e losse vanaf de naald. Haak v tot het einde van de toer (159 v). Keer.

Toer 2: 1 l (niet 1e v), haak 1 v in de 1e steek, 158 v (159 v). Keer.

Toer 3 t/m 32: herhaal toer 2. Wissel aan het einde van de toer naar zwart. Keer.

Tussentoeren: 2 toeren (paarsgewijze) vasten

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v. Keer.

Toer 2: 1 l (niet 1e v), 1 v in de 1e steek. Steek de naald nogmaals in de 1e steek, haal een lus op, steek de naald in de 2e steek, haal een lus op (je hebt nu 3 lussen op je naald), haal de draad door de 3 lussen. Steek de naald nogmaals in de 2e steek, haal een lus op, steek de naald in de 3e steek, haal een lus op, haal de draad door alle lussen. Haak op dezelfde manier door tot het einde van de toer: dus de 3e en 4e samenhaken, de 4e en 5e samenhaken, enz. Let op! Aan het einde niet nog een extra vaste in de laatste steek haken.

Je krijgt het leuke effect dat de rij een echte ribbel wordt. Doe dit tot de laatste steek. Je hebt nog steeds 159 steken. Wissel in de laatste doorhaling naar rood. Keer.

STREEP 2: De stippen op de buik van Mickey

We gaan nu de granietsteek haken. Neem hiervoor een haaknaald die minstens 1 of misschien wel 2 nummers dikker is. Door de lossen die ertussen zitten, trekt je haakwerk erg in elkaar. Check na de eerste 2 toeren of de spanning goed is. Is dit niet zo, dan zit er maar 1 ding op: deze 2 toeren uithalen en met een andere dikte opnieuw haken.

Toer 1: 2 l (1e l telt niet als 1e steek), *1 v, 1 l, sla 1 steek over*. Herhaal wat tussen * * staat tot het einde van de toer. In de laatste steek van de toer 1 v. Keer.

Toer 2: 2 l (1e l telt niet als 1e steek),  1 v in de 1e lossenruimte van de vorige toer, 1 l, *1 v in de lossenruimte van de vorige toer, sla 1 steek over, 1 l*. Herhaal wat tussen * * staat tot het einde van de toer. Haak in de laatste steek een vaste. Keer.

Toer 3-28: herhaal toer 2 tot je 28 toeren hebt. Wissel in de laatste doorhaling naar zwart. Keer.

Aan het eind staat de beschrijving van de cirkels en waar je ze op de deken naait.

Tussentoeren: 2 toeren paarsgewijze vasten

Zie de beschrijving van de eerste keer. Wissel in de laatste doorhaling naar ecru. Keer.

STREEP 3: HET HOOFDJE VAN MICKEY

Voor deze toeren kun je ook het schema gebruiken wat ik heb toegevoegd. Net wat jij prettiger vindt werken. Voor alle duidelijkheid: de toeren met de bobbelsteek zijn de teruggaande toeren en de bobbels haak je dus aan de achterkant. Je hebt uiteindelijk 5 hoofdjes.

Beschrijving Bobbelsteek C (BC)

Haak als je bij steek waar de bobbel moet komen een stokje. Haak het stokje niet af, zodat er twee lussen op de naald blijven staan. Herhaal dit nog 4 keer in dezelfde steek. Op je haaknaald staan nu 6 lussen. Sla om en haal de draad door alle lussen. Trek de draad stevig aan met een kort rukje. De bobbel plopt nu naar de achterkant. Haak nu weer verder met vasten tot je bij de volgende bobbel komt.

Tip: trek de bobbel goed aan voordat je de vaste in de volgende steek haakt.

Toer 1: 1 l (niet 1e v), haak 159 v. Keer. (159 v)

Toer 2 t/m 5: herhaal toer 1.

Toer 6: 1 l (niet 1e v), 14 v, haak vervolgens *3 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 24 v*, herhaal nog 3 x wat tussen * * staat. Haak vervolgens 3 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 14 v. Keer.

Toer 7: herhaal  1.

Toer 8: 1 l (niet 1e v), 12 v, haak vervolgens *5 x (1 BC, 1 v) 1 BC, 20 v*, herhaal nog 3 x wat tussen * * staat. Haak vervolgens 5 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 12 v . Keer.

Toer 9: herhaal 1.

Toer 10: 1 l (niet 1e v), 10 v, haak vervolgens *7 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 16 v*, herhaal nog 3 x wat tussen * * staat. Haak vervolgens 7 x (1 BC, 1 v) BC, 10 v. Keer.

Toer 11: herhaal toer 1.

Toer 12: herhaal toer 10.

Toer 13: herhaal toer 1.

Toer 14: herhaal toer 10.

Toer 15: herhaal toer 1.

Toer 16: herhaal toer 10.

Toer 17: herhaal toer 1.

Toer 18: 1 l (niet 1e v), 6 v, haak vervolgens *11 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 8 v*, herhaal nog 3 x wat tussen * * staat. Haak vervolgens 11 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 6 v. Keer.

Toer 19: herhaal toer 1.

Toer 20: 1 l (niet 1e v), 4 v, haak vervolgens *13 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 4 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat. Haak vervolgens 13 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 4 v. Keer.

Toer 21: herhaal toer 1.

Toer 22: 1 l (niet 1e v), 4 v, haak vervolgens *4 x (1 BC, 1 v) 1 BC, 9 v, 4 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 4 v*, herhaal nog 3 x wat tussen * * staat. Haak vervolgens 4 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 9 v, 4 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 4 v. Keer.

Toer 23: herhaal toer 1.

Toer 24: herhaal toer 22.

Toer 25: herhaal toer 1.

Toer 26: 1 l (niet 1e v), 6 v, haak vervolgens  *2 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 13 v, 2 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 8 v*, herhaal nog 3 x wat tussen * * staat. Haak vervolgens 2 x (1 BC, 1 v) 1 BC, 2 x (1 BC, 1 v, 1 BC), 6 v. Keer.

Toer 27-32: herhaal toer 1. Wissel in de laatste doorhaling naar zwart. Keer.

telpatroon hoofdjes muizenissendeken

Tussenstreep: 2 toeren paarsgewijze vasten

Haak 2 toeren. Aan het einde van de tweede toer maak je een steek bij door in de laatste vaste een vaste te haken. Wissel in de laatste doorhaling naar geel. Keer.

STREEP 4: De leuke strikken van Minnie

Let op bij de laatste toer! Hier minder je aan het eind een stokje.

Toer 1: 3 l (1e st), 159 st (160 st). Keer.

Toer 2: 3 l (1e st), 3 st, 2 steken overslaan, *4 st in dezelfde steek, 2 steken overslaan, 4 st in dezelfde steek, 2 steken overslaan, 8 st*, herhaal 9 keer wat tussen * * staat. Je houdt nu 4 steken aan het eind over en hier haak je nog 4 stokjes in. Keer.

Toer 3-15: Herhaal toer 2.

Toer 16: 3 lossen (telt als 1e stokje), haak in de 2e steek en de volgende steken een st. Haak in de laatste steek 2 stokjes samen (nu heb je weer 159 steken). Wissel in de laatste doorhaling naar zwart. Keer.

Tussenstreep: paarsgewijze vasten

Haak 2 toeren. Wissel in de laatste doorhaling naar wit (159 steken). Keer.

STREEP 5: De strepen op de handjes

Toer 1: 3 l (1e st), 158 st. Keer.

Toer 2: Herhaal toer 1. Keer.

Tip! Laat vanaf toer 3 meteen vanaf het begin een zwarte draad meelopen. (Die draad leg je bovenop de steken en dan haak je het stokje).

Instructie kleurwissel aan de voorkant:

Wissel van kleur in de laatste doorhaling. Doe hiervoor de witte draad naar voren en pak van achteren de zwarte draad op. Wissel nu van kleur en haak verder met zwart. Neem de witte draad mee. Die zie je een beetje doorschijnen. Dat is niet zo erg. Zo doe je alle kleurwisselingen aan de voorkant van je werk. Trek bij elke kleurwissel de draad een beetje aan. Dan blijft je werk netjes en regelmatig. Bij de overgang naar de volgende toer neem je de meeloopdraad mee. Dit ziet er zo uit aan de achterkant.

Instructie kleurwissel aan de achterkant:

Wissel van kleur in de laatste doorhaling. Je doet het nu eigenlijk net andersom dan met de voorkant. Je nieuwe kleur kruist nu voorlangs en niet achterlangs. Trek na de wissel ook de draadje losjes aan, zodat het haakwerk regelmatig blijft.

Toer 3: 3 l (1e st) met wit, 11 st in de volgende steken, *2 st zwart, 2 st wit, 2 st wit, 15 st wit*, herhaal wat tussen * * staat 4 keer, vervolgens 2 st zwart, 2 st wit, 2 st wit, 12 st wit. Haak ook aan het eind de zwarte draad mee tot het einde van de toer. Keer.

Toer 4-12: Herhaal toer 3. Knip aan het einde van toer 12 de zwarte draad af.

Toer 13-14: Herhaal toer 1. Wissel in de laatste doorhaling naar zwart. Keer.

Tussenstreep: paarsgewijze vasten

Haak 2 toeren. Wissel in de laatste doorhaling naar rood. Keer. (159 steken)

STREEP 6: De polkadotjurkjes van Minnie

De bobbels haak je in de heengaande toer. Ze zijn iets anders dan Bobbelsteek C, want dit keer zijn het dubbele stokjes en je haakt ze ook in een afwijkende kleur dan. Bobbelsteek C plopt naar achteren, Bobbelsteek B naar de voorkant van je werk. Voor het gemak heb ik ze Bobbelsteek B genoemd (BB).

Beschrijving Bobbelsteek B:

Haak vasten met rood. Laat de witte draad van de bobbel alvast meelopen. Haak de vaste helemaal af. Pas als je aan de bobbel begint neem je wit. Rood laat je niet meelopen, maar loshangen. Haak een dubbelstokje. Maak het dubbelstokje niet af, zodat er twee lussen op de naald blijven staan. Herhaal dit nog 4 keer in dezelfde steek. Op je haaknaald staan nu 6 lussen (1 lus rood en 5 lussen wit). Sla de rode draad om en haal deze tenslotte door alle lussen. Trek nu beide draden goed aan met een kort rukje. De bobbel plopt nu naar de voorkant. Haak nu weer verder met vasten tot je bij de volgende bobbel komt.

Toer 1: 1 l (niet 1e  v), 159 v. Keer.

Toer 2-4: herhaal toer 1.

Toer 5: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BB, *9 v, 1 BB*, herhaal wat tussen * * staat tot het einde van de toer, 9 v. Keer.

Toer 6-8: herhaal toer 1.

Toer 9: 1 l (niet 1e v), 4 v, 1 BB, *9 v, 1 BB*, herhaal wat tussen * * staat tot het einde van de toer, 4 v. Keer.

Toer 10-12: herhaal toer 1.

Toer 13-28: herhaal de toeren 5 t/m 12.

Toer 29: zie toer 5.

Toer 30-32: zie toer 1. Wissel aan het einde van toer 32 naar zwart.

Tussenstreep: 2 toeren paarsgewijze vasten

Haak 2 toeren. Wissel aan het einde van toer 2 naar ecru. Keer.

STREEP 7: TEKST MUIZENISSEN

Deze bobbels haak je in de heengaande toer. Ze zijn iets anders dan Bobbelsteek C en B. Je kunt hiervoor ook het bijgevoegde schema gebruiken. Wat jij prettig vindt. Voor het gemak heb ik ze Bobbelsteek A genoemd (BC). Het verschil met Bobbelsteek B is dat dit 4 enkele stokjes zijn en niet 5 dubbele.

Beschrijving bobbelsteek A:

Haak vasten met ecru. Laat de zwarte draad van de bobbel alvast meelopen. Haak de vaste helemaal af. Pas als je aan de bobbel begint neem je zwart. Ecru laat je niet meelopen, maar loshangen. Haak een stokje, maar haak het stokje niet af, zodat er twee lussen op de naald blijven staan. Herhaal dit nog 4 keer in dezelfde steek. Op je haaknaald staan nu 6 lussen (1 ecru en 5 lussen zwart). Haal de ecru draad tenslotte door alle lussen. Trek nu beide draden goed aan met een kort rukje. De bobbel plopt nu naar de voorkant. Haak nu weer verder met vasten tot je bij de volgende bobbel komt.

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v. Keer. (159 v).

Toer 2-6: herhaal toer 1 .

Haak vanaf het begin van de toer de zwarte draad mee, je haakt alleen de bobbels met zwart. Vanaf hier kun je ook het bijgevoegde patroon volgen. Start met toer 7.

Toer 7: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 Bobbelsteek A (BA), 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 5 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 3 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 7 v, 3 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 5 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 7 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 8: herhaal toer 1.

Toer 9: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 13 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 10: Herhaal toer 1.

Toer 11: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 13 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 12: Herhaal toer 1.

Toer 13: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 14: herhaal toer 1.

Toer 15: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 16: Herhaal toer 1.

Toer 17: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 3 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 7 v, 5 v, 3x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 18: Herhaal toer 1.

Toer 19: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 4 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 4 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 20: herhaal toer 1.

Toer 21: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 5 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 5 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 13 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 22: herhaal toer 1.

Toer 23: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 13 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 24: herhaal toer 1

Toer 25: 1 l (niet 1e v), 9 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 5 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 3 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 7 v, 3x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 5 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v. Keer.

Toer 26-32: herhaal toer 1. Wissel in de laatste doorhaling naar zwart. Keer.

Tussenstreep: 2 toeren (paarsgewijze) vasten

Haak 2 toeren. Wissel in de laatste doorhaling naar Sunshine. Keer.

STREEP 8: VASTEN

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v. Keer. (159 v)

Toer 2-32: herhaal toer 1.

DE RAND:   

Meet je dekentje op. Is hij nog niet groot genoeg. Haak dan rondom vasten of stokjes tot je de gewenste maat hebt.

Toer 1: Je kunt starten waar je wilt. Hecht de zwarte draad aan en haak 1 l (niet 1e v), haak rondom vasten. Ik haak de rand altijd met een haaknaald kleiner. Dan gaat de rand niet lubberen. Onder en boven haak ik de 159 steken die we hebben opgezet. Op de hoeken 3 vasten in dezelfde steek. Aan de zijkanten in elke vastenrij een vaste en bij de stokjes 2 vasten. Als deze rij klaar is, haak ik de Candy Cane rand.

Hiervoor gebruik ik drie kleuren. Ik hecht onderaan aan. Op een ander plekje dan ik de ronde hiervoor ben gestart. Ik haak vier lossen, dan pak ik de volgende kleur en hecht links ervan aan. Ook hiermee haak ik vier lossen. En dan weer de volgende kleur. Ook hier weer links aanhechten en dan 4 lossen. Pak vervolgens de eerste van de drie kleuren weer en haak die voorlangs naast de derde aangehechte draad met een vaste. Die doe je vervolgens ook met de andere kleuren en je blijft dit herhalen. Gaat je rand lubberen, sla dan af en toe een steek over. Als je helemaal rond hebt gehaakt, dan is het handig als je het zo uitkient dat je nog drie steken overhebt. Haak hierin voor de laatste keer je vaste en je 4 lossen. Haak dan een halve met de eerste kleur voorlangs naar het aanhechtpunt aan het begin. Trek meteen je naald eruit en haal de draad naar achteren. Doe dit ook met de andere twee kleuren. Zorg ervoor dat je echt de aanhechtrand hebt. Zie hiervoor ook de foto’s. Aan het eind kun je niet meer zien waar je begin- of eindpunt is.

Cirkel haken:

Maak een magische cirkel of vier lossen en sluit die met een halve vaste tot een ring.

Toer 1: 3 l in de ring (1e st) en nog 11 st in de ring. Sluit de toer met een halve v (12 st). Niet keren!

Toer 2: 3 l (1e st), haak een stokje in de derde losse van de vorige toer en haak verder 2 st in elke steek. Sluit de toer met een halve vaste (24 st). Niet keren.

Toer 3: 3 l (1e st), haak in de volgende steek twee st, *haak in de volgende steek een st, haak in de volgende steek 2 st*. Herhaal wat tussen * * staat tot het einde van de toer. Sluit de toer met een halve vaste (36 st). Niet keren.

Toer 4: 3 l (1e st), in de volgende steek een st,  in de volgende steek 2 st, in de volgende 2 steken 2 st, in de volgende steek 1 st. Herhaal wat tussen * * staat tot het einde van de toer. Sluit de toer met een halve vaste (48 st). Niet keren.

Toer 5: 3 l (1e st), in de volgende 2 steken 1 st, in de volgende steek 2 st, *in de volgende 3 steken 1 st, in de volgende steek 2 st*. Herhaal wat tussen * * staat tot het einde van de toer. Sluit de toer met een halve vaste (60 st). Hecht af. Laat een lange draad hangen. Die kun je gebruiken om de cirkel op de deken te naaien.

Plaats deze cirkels op het granietgedeelte van de deken ongeveer 16 cm uit elkaar en gecentreerd over de streep.

TEKST: MUIZENISSEN

telpatroon muizenissen1

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.