De gehaakte Ik zal er zijn deken (haakblog 74)

aan de haak blog 74 ik zal er zijn deken hoofdfotoKun je ook zo genieten van het lied van Sela: ‘Ik zal er zijn’? Het is zo prachtig gezongen door Kinga Bán en dringt door tot in de vezels van je leven. Hoe mooi is het om van de achtergrond van dit lied een deken te maken? Zo sloeg ik aan de haak met de gehaakte Ik zal er zijn deken.

Ik zal er zijn in dekenvorm

Eerst bolletjes scoren van Stylecraft Special DK, die ik afwisselend bij Wolplein of Echtstudio of bij Sies& Plien koop. Het werden de kleuren Lipstick, Jaffa, Citron, Grass Green, Lapis en Magenta.

aan de haak blog 74 ik zal er zijn deken de bolletjes

God verscheen aan Mozes in de brandende braambos en maakte daar Zijn naam bekend. Hoe is Uw naam? vroeg Mozes. Ik zal er zijn, was en is het antwoord.

Daarom zit er in het patroon een steek die doet denken aan dat moment.

Ook de regenboog is in deze deken verwerkt

Verder kun je niet om de regenboog heen. ‘Een boog in de wolken als teken van trouw.’ Daarom heb ik deze kleuren ook gekozen.

Deze boog komt ook in het lied terug, dus mocht zeker niet ontbreken.

Ik heb de regenboog op twee manieren verwerkt: in een steek die me doet denken aan de regenboog en ook in de bobbelsteek, mijn meest favoriete steek.

Wellicht komt dit voor mijn liefde voor stippen.

aan de haak blog 74 ik zal er zijn deken foto 2

Ook wolken en tranen vertellen het verhaal

Verder zitten er ook wolken en tranen in verwerkt, want zonder beide is er geen regenboog te bewonderen. ‘Dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam’.

De steken die erin voorkomen zijn: vasten, stokjes, halve stokjes en eigenlijk is dat het.

Piece of cake dus. Haak maar aan voor deze mooie verhaaldeken.

aan de haak blog 74 ik zal er zijn deken ingezoomd

De deken is te personaliseren

En laat ik het allerleukste niet vergeten. De tekst is uiteraard te personaliseren. Zoek hiervoor een mooi borduuralfabet op internet en pas het aan, zodat het naar je zin is.

Kan het nog leuker? Aan de haak voor de gehaakte Ik zal er zijn deken. Het gratis haakpatroon vind je hier.

Zoek je nog meer haakinspiratie of haakideeën? Haak maar aan bij mijn nieuwsbrief en je hoeft je nooit meer te vervelen.

Mijn tip voor jou:

gehaakte ik zal er zijn deken haaktip 74

Het patroon vind je hieronder. Wil je liever de nette printvriendelijke versie? Die staat in mijn Etsy-shop.

Benodigdheden:

Stylecraft Special DK

  • 1 bol Lavender (lila)
  • 1 bol Magenta (paars)
  • 1 bol Lapis (kobaltblauw)
  • 1 bol Grass Green (groen)
  • 1 bol Citron (geel)
  • 1 bol Jaffa (oranje)
  • 1 bol Lipstick (rood)
  • 2 bollen Black (zwart)
  • 1 haaknaald maat 4
  • 1 haaknaald maat 4,5
  • Stopnaald met punt

De deken bestaat uit 8 strepen. Elke streep wordt onderbroken door twee rijen (paarsgewijze) vasten. Elke streep heeft zijn eigen verhaal, behalve de eerste en de achtste. Die verdwijnen vaak als instop of onder het lakentje. Daarom heb ik bij deze strepen vasten gekozen. De deken wordt ongeveer 1.40 x 1.00 m.

  1. Vasten
  2. De regenboog in de waaiersteek
  3. De wolken in de bobbelsteek
  4. De golfjessteek als symbool van onze tranen
  5. De boogjes als symbool voor de regenboog
  6. De brandende braambos, waar God Zich aan Mozes openbaarde
  7. Tekst: Ik zal er zijn (of jouw eigen naam of tekst)
  8. Vasten

Afkortingen:

v = vaste(n), st = stokje(s), l = losse(n), hst = half stokjes, hv = halve vaste. .

De opzetrij

Haak een ketting van 160 lossen met lila. Doe dit met minimaal een halve naald groter dan waarmee je de deken gaat haken.

STREEP 1: VASTEN

Toer 1: 1 v in de 2e losse vanaf de naald. Haak v tot het einde van de toer (159 v). Keer.

Toer 2: 1 l (niet 1e v), 159 v. Keer.

Toer 3 t/m 32: herhaal toer 2. Wissel aan het einde van toer 32 naar zwart. Keer.

Tussenstreep: 2 toeren (paarsgewijze) vasten

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v. Keer.

Toer 2: 1 l (niet 1e v), 1 v in de 1e steek. Steek de naald nogmaals in de 1e steek, haal een lus op, steek de naald in de 2e steek, haal een lus op (je hebt nu 3 lussen op je naald), haal de draad door de 3 lussen. Steek de naald nogmaals in de 2e steek, haal een lus op, steek de naald in de 3e steek, haal een lus op, haal de draad door alle lussen. Haak op dezelfde manier door tot het einde van de toer: dus de 3e en 4e samenhaken, de 4e en 5e samenhaken, enz.

Je krijgt het leuke effect dat de rij een echte ribbel wordt. Doe dit tot de laatste steek. Wissel in de laatste doorhaling naar paars. Keer.

STREEP 2: DE REGENBOOG IN DE WAAIERSTEEK

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 2: 1 l (niet 1e v), 1 v, *2 steken overslaan, 5 st in de volgende steek, 2 steken overslaan, 1 v in de volgende steek*, herhaal het gedeelte tussen * * tot het einde van de toer, keer.

Toer 3: 3 l (1e st), haak nog 2 st in de eerste steek, * sla 2 steken over, 1 v in midden van eerste schelp (3e st), sla 2 steken over, 5 st in volgende steek (de vaste van de vorige toer)*, herhaal wat tussen * * staat tot je nog 3 steken over hebt, sla 2 steken over en haak in de laatste steek (de 3e l van de vorige toer) 3 st, keer.

Toer 4: 1 l (niet 1e v), 1 v, *2 steken overslaan, 5 st in de volgende steek, 2 steken overslaan, 1 v in de volgende steek*, herhaal het gedeelte tussen * * tot het einde van de toer, keer.

Toer 5-16: Herhaal de toeren 3 en 4, keer.

Toer 17: 3 l (1e st), *2 hst in de volgende 2 steken, 1 v in de volgende steek, 2 hst in de volgende 2 steken, 1 st in de volgende steek*, haak wat tussen * * staat tot het einde van de toer, keer.

Toer 18: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer. Wissel in de laatste doorhaling naar zwart.

Tussenstreep:

Haak nu 1 toer vasten en dan 1 toer paarsgewijze vasten (zie de beschrijving eerder). Wissel in de laatste doorhaling naar lichtblauw.

STREEP 3: DE WOLKEN IN DE BOBBELSTEEK

De wolken haak je met de bobbelsteek. Dit doe je in de teruggaande toer.

Beschrijving Bobbelsteek C (BC)

Haak als je bij steek bent waar de bobbel moet komen een stokje. Haak het stokje niet af, zodat er twee lussen op de naald blijven staan. Herhaal dit nog 3 keer in dezelfde steek. Op je haaknaald staan nu 5 lussen. Sla om en haal de draad door alle lussen. Trek de draad stevig aan met een kort rukje. De bobbel plopt nu naar de achterkant. Haak nu weer verder met vasten tot je bij de volgende bobbel komt.

Tip: trek de bobbel goed aan voordat je de vaste in de volgende steek haakt.

Je kunt het schema gebruiken of de beschrijving. In het schema zijn de kruisjes de bobbels en de andere vakjes zijn de vasten. Omdat de bobbels in de teruggaande toer worden gehaakt, volg je het patroon van links naar rechts. De kruisjes zijn de bobbels, de witte vakjes zijn de vasten.

Haak het gele gedeelte 4 x en haak dan de rest van de toer.

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 2-3: herhaal toer 1.

Toer 4: 1 l (niet 1e v), 10 v, * 4 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 23 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 4 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 12 v, keer.

Toer 5: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 6: 1 l (niet 1e v), 8 v, *1 BC, 11 v, 1 BC, 1 v, 1 BC, 17 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 1 BC, 11 v, 1 BC, 1 v, 1 BC, 8 v, keer.

Toer 7: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 8: 1 l (niet 1e v), 6 v, *1 BC, 13 v, 1 BC, 17 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 1 BC, 13 v, 1 BC, 6 v, keer.

Toer 9: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 10: herhaal toer 8.

Toer 11: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 12: 1 l (niet 1e v), 8 v, *1 BC, 9 v, 2 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 17 v*, 1 BC, 9 v, 2 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 8 v, keer.

Toer 13: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 14: 1 l (niet 1e v), 10 v, *3 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 25 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 3 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 10 v, keer.

Toer 15-17: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 18: 1 l (niet 1e v), 26 v, *4 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 23 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 5 v, keer.

Toer 19: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 20: 1 l (niet 1e v), 24 v, *1 BC, 1 v, 1 BC, 11 v, 1 BC, 17 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 7 v, keer.

Toer 21: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 22: 1 l (niet 1e v), 22 v, *1 BC, 17 v, 1 BC, 13 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 9 v, keer.

Toer 23: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 24: herhaal toer 22.

Toer 25: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 26: 1 l (niet 1e v), 24 v, *1 BC, 9 v, 2 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 17 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 7 v, keer.

Toer 27: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 28: 1 l (niet 1e v), 26 v, *3 x (1 BC, 1 v), 1 BC,  25 v*, herhaal 3 x wat tussen * * staat, 5 v, keer.

Toer 29-32: 1 l (niet 1e v), 159 v, wissel in de laatste doorhaling naar zwart.

ik zal er zijn deken wolken

Tussenstreep:

Haak nu 1 toer vasten en dan 1 toer paarsgewijze vasten (zie de beschrijving eerder). Wissel in de laatste doorhaling naar groen.

STREEP 4: DE GOLFJESSTEEK VOOR ONZE TRANEN

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 2: 3 l (1e st), 2 st in de 1e steek, sla 2 steken over en in de volgende steek 1 v, 2 st (dit is de v van de vorige toer). Herhaal tot de laatste 3 steken, sla 2 steken over en haak tussen de laatste 2 stokjes en de 3 lossen van de vorige toer een vaste. Keer.

Toer 3-21: herhaal toer 2.

Toer 22: 1 l (niet 1e v), 159 v, wissel in de laatste doorhaling naar zwart. Keer.

Tussenstreep:

Haak nu 1 toer vasten en dan 1 toer paarsgewijze vasten (zie de beschrijving eerder). Wissel in de laatste doorhaling naar geel.

STREEP 5: DE BOOGJES ALS SYMBOOL VOOR DE REGENBOOG

Haak de bobbels opnieuw in bobbelsteek C. Je doet dit in de teruggaande toer. Zie de beschrijving bij STREEP 3: DE WOLKEN. Hieronder vind je het haakschema. De kruisjes zijn de bobbels, de witte vakjes zijn de vasten. Herhaal het gele gedeelte nog twee keer en haak dan de rest van de toer.

Toer 1-3: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 4: 1 l (niet 1e v), 5 v, *1 BC, 15 v, 1 BC, 5 v*, haak nog 6 x wat tussen * * staat, keer.

Toer 5: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 6: herhaal toer 4.

Toer 7: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 8: 1 l (niet 1e v), 6 v, * 1 BC, 13 v, 1 BC, 7 v*, haak nog 5 x wat tussen * * staat, 1 BC, 13 v, 1 BC, 6 v, keer.

Toer 9: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 10: 1 l (niet 1e v), 8 v, *1 BC, 9 v, 1 BC, 11 v*, haak nog 5 x wat tussen * * staat, 1 BC, 9 v, 1 BC, 8 v, keer.

Toer 11: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 12:  1 l (niet 1e v), 10 v, *3 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 15 v*, herhaal wat 5 x tussen * * staat, 3 x (1 BC, 1 v), 1 BC, 10 v, keer.

Toer 13-19: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 20: 1 l (niet 1e v), 16 v, *1 BC, 15 v, 1 BC, 5 v*, herhaal nog 5 x wat tussen * * staat, 11 v, keer.

Toer 21: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 22: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 23: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 24: 1 l (niet 1e v), 17 v, *1 BC, 13 v, 1 BC, 7 v*, herhaal nog 5 x wat tussen * * staat, 10 v, keer.

Toer 25: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 26: 1 l (niet 1e v), 19 v, 1 BC, 9 v, 1 BC, 11 v*, herhaal nog 5 x wat tussen * * staat, 8 v, keer.

Toer 27: 1 l (niet 1e v), 161 v, keer.

Toer 28: 1 l (niet 1e v), 21 v, * 3 x 1 (BC, 1 v), 1 BC, 15 v* , herhaal nog 5 x wat tussen * * staat, 6 v, keer.

Toer 29-32: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer. Wissel aan het einde van toer 32 in de laatste doorhaling naar zwart.

Haak het gele gedeelte 4 x. De vakjes zijn vasten en de kruisjes zijn de bobbelsteken.

ik zal er zijn deken boogjes

Tussenstreep:

Haak nu 1 toer vasten en dan 1 toer paarsgewijze vasten (zie de beschrijving eerder). Wissel in de laatste doorhaling naar oranje.

STREEP 6: DE BRANDENDE BRAAMBOS, WAAR GOD ZICH AAN MOZES OPENBAARDE

Toelichting diagram: herhaal toer 2 en 3 tot en met toer 15.

In deze streep haak je 3 samengehaakte stokjes. Dit doe je als volgt: sla je draad om je naald, steek je naald in de steek van de vorige toer, haal de draad door en sla opnieuw je draad om de naald en haal deze door de eerste twee lussen op je naald. Sla je draad weer om de haaknaald en steek in in dezelfde steek als net. Haal je draad door en sla weer om en haal je draad door de eerste twee lussen op je naald. Doe ditzelfde nog een keer, tot je 4 lussen op je naald hebt. Haal je draad door alle vier de lussen. Je eerste samengehaakte stokje is nu gemaakt, haak 1 losse en haak nog 3 samengehaakte stokjes. Zie ook de foto’s.

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 2: 3 l (1e st), 1 st, *sla 1 steek over, haak 3 samengehaakte stokjes, 1 l, 3 samengehaakte st in de volgende steek, 1 steek overslaan, in de volgende 5 steken 5 st*, herhaal 18 x wat tussen * * staat, sla 1 steek over, haak 3 samengehaakte stokjes, 1 l, 3 samengehaakte st in de volgende steek, sla 1 steek over, 1 st in de laatste steek, keer.

Toer 3: 3 l (1e st), *sla 1 steek over, haak 3 samengehaakte stokjes, 1 l, 3 samengehaakte st in de volgende steek, 1 steek overslaan, in de volgende 5 steken 5 st*, herhaal 18 x wat tussen * * staat, sla 1 steek over, haak 3 samengehaakte stokjes, 1 l, 3 samengehaakte st in de volgende steek, sla 1 steek over, 2 st in de laatste 2 steken, keer.

Toer 4-15: herhaal de toeren 2 en 3.

Toer 16: 1 l (niet 1e v), 159 v, wissel in de laatste doorhaling naar zwart, keer.

Tussenstreep:

Haak nu 1 toer vasten en dan 1 toer paarsgewijze vasten (zie de beschrijving eerder). Blijf haken met zwart.

STREEP 7: IK ZAL ER ZIJN

De tekst wordt gehaakt in bobbelsteek A.

Deze bobbels haak je in de heengaande toer. Ze zijn iets anders dan Bobbelsteek C. Je kunt hiervoor ook het bijgevoegde schema gebruiken. Wat jij prettig vindt. Voor het gemak heb ik ze Bobbelsteek A genoemd. Het verschil met Bobbelsteek C is dat ze in de heengaande toer gehaakt worden in een contrasterende kleur.

Beschrijving bobbelsteek A:

Haak vasten met zwart. Laat de contrastkleurdraad van de bobbel alvast meelopen. Haak de vaste helemaal af. Pas als je aan de bobbel begint, neem je de contrastkleurdraad. Zwart laat je niet meelopen, maar loshangen. Haak een stokje, maar haak het stokje niet af, zodat er twee lussen op de naald blijven staan. Herhaal dit nog 3 keer in dezelfde steek. Op je haaknaald staan nu 6 lussen (1 lus zwart en 5 lussen in de contrastkleur). Haal de zwarte draad tenslotte door alle lussen. Trek nu beide draden goed aan met een kort rukje. De bobbel plopt nu naar de voorkant. Haak nu weer verder met vasten tot je bij de volgende bobbel komt. Worden de bobbels te groot, haak dan 1 stokje minder.

Haak vanaf het begin van de toer 3 de contrastkleurdraad mee, je haakt alleen de bobbels met zwart. Je kunt ook het bijgevoegde patroon volgen. Dat vind je hieronder. De kruisjes zijn de bobbelsteken en de vakjes zijn de vasten. Deze bobbels haak je in een contrasterende kleur in de heengaande toer, dus je haakt van rechts naar links.

Toer 1: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 2-6: herhaal toer 1.

Toer 7: Neem nu de rode draad mee en haak de bobbels met rood. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 7 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 8: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 9: Neem nu de lila draad mee en haak de bobbels met lila. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 10: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 11: Neem nu de paarse draad mee en haak de bobbels met paars. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 13 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 12: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 13: Neem nu de blauwe draad mee en haak de bobbels met blauw. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 4 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 13 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 3 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 14: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 15: Neem nu de groene draad mee en haak de bobbels met groen. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 5 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 4 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 5 v, 5 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 15 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 19 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 16: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 17: Neem nu de gele draad mee en haak de bobbels met geel. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 21 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 18: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 19: Neem nu de oranje draad mee en haak de bobbels met oranje. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 17 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 13 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 21 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 20: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 21: Neem nu de rode draad mee en haak de bobbels met rood. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 7 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 15 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 11 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 5 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 22: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

Toer 23: Neem nu nogmaals de lila draad mee en haak de bobbels met lila. 1 l (niet 1e v), 3 v, 1 BA, 9 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 9 v, 4 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 3 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 15 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 7 v, 2 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 7 v, 6 x (1 BA, 1 v), 1 BA, 7 v, 1 BA, 7 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, 1 BA, 1 v, 1 BA, 3 v, keer.

Toer 24-32: Haak met zwart. 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

ik zal er zijn deken telpatroon1

ik zal er zijn deken telpatroon2

ik zal er zijn deken telpatroon3

Tussenstreep:

Haak nu 1 toer vasten en dan 1 toer paarsgewijze vasten (zie de beschrijving eerder). Wissel in de laatste doorhaling naar rood.

STREEP 8: VASTEN

Toer 1-32: 1 l (niet 1e v), 159 v, keer.

DE RAND:   

Meet je dekentje op. Is hij nog niet groot genoeg. Haak dan rondom vasten of stokjes tot je de gewenste maat hebt.

Toer 1: Je kunt starten waar je wilt. Hecht de zwarte draad aan en haak 1 l (niet 1e v), haak rondom vasten. Ik haak de rand altijd met een haaknaald kleiner. Dan gaat de rand niet lubberen. Onder en boven haak ik de 159 steken die we hebben opgezet. Op de hoeken 3 vasten in dezelfde steek. Als je in de tweede steek een steekmarkeerder zet, is dit handig voor toer 2. Aan de zijkanten hou ik als basis aan: in elke vastenrij een vaste en bij de stokjes 2 vasten.

Toer 2: Je kunt ook nu starten waar je wilt. Haak 3 stokjes in 1 steek, sla 2 steken over en haak in de volgende steek een vaste. Als je in de buurt van de hoek komt, sla je 1 steek over en haak je 3 stokjes op de 2e vaste van de hoekvasten van de vorige toer. Zo haak je de deken helemaal rondom. Nu nog draadjes afwerken en je deken is klaar.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.